vorig verhaalvolgend verhaal

Caroline Pauwels

Rector VUB

“Je wimpelt met huishoudhulp en kinderopvang geen verantwoordelijkheid af”

In september 2016 trad Caroline Pauwels aan als tweede vrouwelijke rector in de geschiedenis van de VUB. Na het behalen van haar doctoraat werd ze professor, later ook directeur van het toenmalige SMIT, tot ze vorig jaar plaatsnam in het stijlvolle kantoor bovenin het hoofdgebouw van de Brusselse Universiteit. Wanneer ze over haar aanpak als rector vertelt, refereert ze in de eerste plaats aan de man die haar de basis meegaf van haar toekomstig denken over leiderschap en goed bestuur. “Ik zette mijn eerste professionele stappen in het kabinet van Europees Commissaris Karel van Miert. Ik kreeg er een ongelooflijke leerschool in gelijkwaardigheid,” vertelt ze. “De manier waarop hij in het leven stond en in menselijke omgang zijn chauffeur op dezelfde manier behandelde als belangrijke staatsleiders, is mij altijd bijgebleven en inspireert me nog steeds.”


Quota invoeren was geen gemakkelijke beslissing

De lessen in gelijkwaardigheid die ze meekreeg van haar eerste mentor draagt ze hoog in het vaandel, omdat er in het academisch milieu nog een weg af te leggen valt wat diversiteit en gendergelijkheid betreft. “Zelf heb ik geluk gehad,” vertelt Caroline. “Ik ben kort na het behalen van mijn doctoraat zonder slag of stoot professor geworden. Dat is niet vanzelfsprekend, want de academische wereld is tot op vandaag een nog overwegend mannelijke omgeving en discriminatie tegenover vrouwen is wel degelijk een aandachtspunt. We tellen momenteel 28% vrouwelijke professoren, dat is niet zo ver onder het minimumaantal van 33%, en maakt de VUB leider in Vlaanderen, maar het probleem is dat we de laatste tien jaar ondanks een genderactieplan slechts met 1% vooruit gingen. Om dan nog maar te zwijgen over het bedroevend lage aantal vrouwelijke decanen dat vandaag aan de slag is. Ik zie dat er structureel onvoldoende incentives zijn om het faciliteren van vrouwen in een traject naar topjobs mogelijk te maken. Ik ben dan ook een voorstander van quota. Gewoon omdat ik, als rector die gelijkwaardigheid nastreeft, niet anders kan.”

“Quota invoeren was geen makkelijke beslissing,” zegt Caroline. “Sommige vriendinnen waren het niet met me eens. Ze hebben een punt wanneer ze stellen dat je als vrouw niet gekozen moet worden als professor, decaan of rector omwille van het feit dat je vrouw bent. Een functie bekleed je omwille van je kwaliteiten. Dat volg ik volledig. Uiteraard gaan we binnen de VUB voor de juiste persoon op de juiste plaats, talent staat voorop. Maar quota kunnen wel een kapstok zijn om over gendergelijkheid in het bestuur na te denken, om cijfers niet langer vrijblijvend te bekijken. Ik ben er van overtuigd dat we flankerende maatregelen nodig hebben om vrouwen meer kansen te geven. En dankzij het verhaal van de quota kan ik daar krachtiger op door werken.”

“Sommige medewerkers willen het genderonevenwicht snel oplossen door in een klap een hele cohorte van vrouwen aan te nemen, om aan de juiste aantallen te komen. Maar dan hebben we volgens mij niets veranderd aan de gewrongen mentaliteit die er rond gendergelijkheid heerst. We voeren momenteel een vervrouwelijking van de Raad van Bestuur door. Wanneer ik de aanstelling van twee bijkomende vrouwen in de raad vaststelde en hen feliciteerde, reageerde de toen mannelijke raad als volgt: ‘dat is inderdaad goed, er komen twee vrouwen bij. En, we hebben met hen gesproken, het zijn bovendien ook nog eens kwaliteitsvolle vrouwen.’ Dat zegt genoeg: een dergelijk uitspraak zou nooit vallen mocht het over de aanstelling van mannen gaan. Vrouwen willen helemaal niet gekozen worden omwille van het feit dat ze vrouw zijn. Ik ook niet. Maar ik verzet mij wel tegen het feit dat er makkelijker aan getwijfeld wordt of vrouwen wel kwaliteit hebben. Ik heb drie credo’s ontwikkeld voor de VUB: Fix the knowledge, fix the institution and the numbers, fix the mentality. Dat laatste houdt in dat we voor gelijkwaardigheid en inclusiviteit moeten gaan. Niet tegen mannen, maar voor mannen en vrouwen.’”

“Voor die mentaliteitswijziging moeten mannen en vrouwen samen werken,” benadrukt Caroline. “Als je naar een gelijkwaardigheidsbeleid gaat moet je ook naar mannen toe werken. Er zijn mannen die ook bij hun kinderen willen zijn, maar die de kans niet krijgen. Een genderbeleid gaat over de twee. Wij plannen in schoolvakanties geen vergaderingen zodat vrouwen, maar ook mannen meer thuis kunnen zijn bij de kinderen. We moeten naar een maatschappij waar we het belang van werk en gezin expliciteren naar iedereen, ongeacht geslacht. Mannen zouden mee met vrouwen op de barricade moeten staan om voor grondige verandering te pleiten en de mentaliteit die momenteel heerst te beïnvloeden.”


Ik heb wel eens gehuild

Caroline wil bij dit alles wel iets duidelijk stellen: “Sensibiliseren is niet genoeg. Wij kunnen als instituut maatregelen treffen en quota instellen, we kunnen proberen om de mannen te betrekken, maar vrouwen moeten ook dringend naar zichzelf kijken. Het is een verwarrend proces om een carrière aan een gezin te linken. Dat is voor mannen ook zo. Maar volgens mij moeten heel wat vrouwen af van de gedachte dat je het allemaal ‘perfect’ kan hebben. Als je een (academische) carrière wil, moet je bereid zijn om een aantal dingen in je gezin niet perfect te willen doen.”

“Ik heb nog nooit gestreken. Ik heb twee kinderen en ik spendeerde een groot stuk van mijn loon uit aan goede hulp en opvang zodat ik kon werken zonder dat de kinderen er praktisch onder leden. En ik heb voor mezelf leren aanvaarden dat dit oké was. Ik ben vrouw, mama, rector én academica. Dat zijn veel identiteiten die elkaar verrijken, maar die soms ook botsen. De mama en huisvrouw in mij heeft moeten leren aanvaarden dat mijn huis niet altijd netjes is en dat het eten soms te laat op tafel staat. De rector in mij leert dat de telefoon soms af moet om bij mijn kinderen of mijn vrienden te zijn. Soms is het jachtig en rennen en vliegen. Ik ben af en toe heel moe geweest, zeker en vast. En ik heb gehuild. Ik heb weleens etentjes bij ons thuis gehad waarbij de kinderen de gasten binnen lieten en ik als laatste met mijn aktetas binnen walste. Maar op zo’n moment bel ik mijn kinderen van op mijn werk en vraag hen om hulp, mijn dochter dekt dan de tafel, mijn zoon haalt nog vlug een boodschap en we lachen allemaal samen eens hartelijk omwille van het feit dat ik de laatste ben die aankomt op mijn eigen feestje. Als ik in mijn hoofd had gestoken dat ik alles op tijd klaar moest hebben was het onmogelijk, dat is een denkwijze die je jezelf niet kan permitteren. Maar dat beseffen vrouwen nog niet altijd.”

“Je moet durven toegeven dat het niet altijd loopt zoals je wilt. En je moet hulp zoeken. Het is een misvatting dat huishoudhulp en opvang voor je kinderen neerkomt op het afwimpelen van verantwoordelijkheid, dat is het niet. Het komt er op neer dat je op een realistische manier doet wat je graag doet en de dingen goed organiseert. Mijn kinderen zijn gelukkig, we hebben een heel goede band. Het loopt niet altijd makkelijk, maar in the long run was het allemaal de moeite waard, ook voor mijn kinderen die zelfstandig dingen gedaan hebben die ze nooit hadden ontdekt als ik vaker thuis was geweest.”

“Ik denk dat het erg belangrijk is dat je in de eerste plaats eerlijk bent met jezelf en dat je eerlijk bent met je partner en je kinderen. Dat je eens kan zeggen ‘dat heb ik niet echt goed gedaan, dat moet ik nog leren, hier kunnen we trots op zijn, enz.’ Mijn kinderen zien mijn plezier én mijn miserie. Ik ben vooral menselijk. Mijn dochter kan heel scherp zijn, ze zet me op mijn plaats als ik het evenwicht verlies. Maar dat kan alleen omdat we eerlijk zijn tegen elkaar. Dus dat is goed. En als we dan eens goed lachen met alles komen we er altijd uit. Ik vind dat die eerlijkheid in onze samenleving soms ver zoek is. We hebben dringend een aantal rolmodellen nodig die de imperfectie aantonen van onze keuzes of toch de imperfecte gevolgen met fierheid ervan.”

“Als vrouwen een realistischer beeld zouden krijgen van de consequentie van hun keuzes, dan kunnen we tot een soort van rust of zuurstof in het hoofd en genderdebat komen. Dan kunnen we collectief als vrouw leren relativeren en echt relevante vragen in alle openheid op tafel leggen: ‘waarom kies je voor kinderen? Hoe goed ken je jezelf daarin? Waarom kies je voor een carrière? Hoe wil je dat organiseren? Waarom maak je bepaalde keuzes? Welke rol speelt je opvoeding? Wil je iets doen omdat iedereen het doet of omdat je het echt zelf wilt? Hoe sta je in je ambities tegenover je partner? Blijf je bij je kern?’ Ik begrijp niet dat we niet dat we over dit soort van vragen meer open kunnen zijn, dat we de echt moeilijke maar belangrijk te formuleren antwoorden niet kunnen bespreken. Er is dringend nood aan vrouwen met ervaring die hier het voortouw in nemen.”


De rijkdom van diversiteit


Caroline houdt haar pleidooi voor meer bewustzijn bij mannen en vrouwen uit de grond van haar hart. Want meer bewustzijn zou vrouwen meer eerlijke kansen geven en dat is essentieel. “Want meer vrouwen rond de tafel, betekent meer diversiteit van opinies en competenties,” benadrukt ze. ‘En daar moeten we echt naar zoeken omwille van complementariteit van competenties. Hoe diverser een bestuursgroep of opleidingsteam wordt, hoe meer thema’s op tafel komen en hoe meer invalshoeken worden belicht. Daar streef ik heel hard naar. We hebben aan de VUB nog altijd heel monomane, voornamelijk mannelijke raden van bestuur. Van de 8 decanen is er slechts 1 vrouw. En toch voel ik al dat wanneer er vrouwen bij komen we andere discussies krijgen, omwille van karakters, kennis en talent, maar zeker ook omwille van gender. Vrouwen brengen thematisch andere dingen aan, ze hebben een andere kijk en een andere aanpak. Vrouwen zijn verzoenender. Bovendien hoor je vrouwen ook beter als ze met een aantal rond de tafel zitten. Wanneer je als enige vrouw tussen mannen zit moet je wel je moed verzamelen en je stem wat verheffen. Vrouwen vragen dikwijls het woord, mannen nemen het woord. Terwijl vrouwen wel degelijk gehoord moeten worden. Ik merk hoe met de aanwezigheid van vrouwen de raden een dynamiek krijgen die heel interessant en rijk is.”

“Op maatschappelijk niveau geloof ik dan ook erg hard in, ondermeer, een feministisch project voor de democratie. Een democratie heeft veel verschillende stemmen nodig, veel verschillende mensen. Als die stemmen niet gehoord worden, moeten we daar sterker op inzetten. We moeten dringend uit de mannelijke monocultuur, die misschien wel comfortabel is, maar niet interessant genoeg is. Mannen en vrouwen moeten dringend echt met elkaar spreken. Als mannen en vrouwen echt naar elkaar leren luisteren en samen de touwtjes in handen nemen dan zullen we omwille van die nieuwe diversiteit als samenleving vooruit gaan op vlak van tolerantie, respect, begrip. Door meer vrouwen en andere culturen mee aan het roer van een samenleving toe te laten trek je stereotiepe denkbeelden open en krijg je een multiplicator-effect van kennis en van menselijkheid. Daardoor krijg je ook meer efficiëntie en grotere productiviteit, meer innovatie en creativiteit. Dat zijn allemaal heel mooie waarden voor een maatschappij. Zo voel ik het aan.”

Caroline heeft goede hoop dat haar toekomstbeeld waarin (gendergelijkheid en) gelijkwaardigheid een feit is en positieve gevolgen heeft ook realiteit kan worden. “Ik moest onlangs een nieuwe raad samenstellen en er waren geen vrouwelijke kandidaten voor het voorzitterschap en ondervoorzitterschap. Uiteindelijk hebben de jonge assistenten die de ondervoorzitter aanleverden het heft in handen genomen en hebben ze een andere, vrouwelijke kandidaat ondervoorzitter voorgedragen op initiatief van de oorspronkelijk mannelijke kandidaat. Het was de jonge generatie die de weg vooruit toonde. Dat is een krachtig signaal voor ons allemaal.”

-TM

Dit artikel kwam tot stand dankzij steun van Charlie Magazine en Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek