vorig verhaalvolgend verhaal

Meyrem Almaci

Poilitica, voorzitter Groen

“Mannen zijn het nog altijd niet gewoon om tegen vrouwen op te botsen in de politieke arena.”

“Elke vrouw die ik ken, heeft een verhaal,” zegt de partijvoorzitter van Groen, Meyrem Almaci. Ook zij. En het hare leest soms als een pittige avonturenroman. Een situatie: in het Federaal parlement verdedigt Meyrem vooraan in de arena haar politieke standpunten die in strijd zijn met de vorige spreker. Er komt reactie van een mannelijke parlementariër en die luidt: “och, doe eens niet zo emotioneel” waarop de rest van de mannelijke aanwezigen grinniken. “Kijk,” zegt ze, “het is een zeer bewuste en dodelijke tactiek om vrouwen in de politiek zo buiten spel te zetten. En ze wordt vaak toegepast. Mijn vrouwelijke collega’s en ikzelf proberen die mannen een spiegel voor te houden door met dezelfde wapens te strijden. We vragen hen tijdens pleidooien ook doodleuk om de zaken nu eindelijk eens ‘rationeel’ te bekijken. En dan weten ze niet waar ze het hebben, want ze hebben geen idee hoe ze daar zelf op moeten reageren. En dat is eigenlijk nog het grootste probleem: sommige politici gedragen zich graag macho en zijn zich niet bewust van de genderdiscriminatie die ze daardoor toepassen of instandhouden.”


Een kernkabinet met vele tinten grijs

Ondanks haar kleine gestalte valt Meyrem op wanneer ze in een politieke context in beeld komt. Fel, meestal aan het woord, geheven hoofd tussen zwermen mannelijke collega’s die in debatten duidelijk niet altijd helemaal op hun gemak zijn bij haar. “Mannen zijn het nog altijd niet gewoon om tegen vrouwen op te botsen in de politieke arena,” zegt Meyrem. ‘En dat anno 2018! Kijk eens naar het kernkabinet: allemaal blanke, middenklasse mannen. De grootste diversiteit ligt in het aantal tinten grijs van de maatpakken. En ze voelen zich daarbij als vissen in het water. Je kan dat niet goedpraten noch wegzetten met een uitspraak als die van Mark Rutten in Nederland: ‘we zijn nu eenmaal gegaan voor talent.’ Dat is onzin! Bij de samenstelling van het kernkabinet waren er getalenteerde vrouwen beschikbaar. Maar blijkbaar is het old boys network zeer taai. Dat is bijzonder schrijnend want daardoor ontstaat een gesloten politiek orgaan waarin inhoudelijke perspectieven van een belangrijk deel van de bevolking, namelijk vrouwen, niet aanwezig is. En die groep mannen is zich daar niet van bewust want ze beschouwen zichzelf als de norm en voor hen is hun exclusief politiek mannenclubje dus heel normaal.”

“Daardoor is een orgaan als het kernkabinet tot vandaag een box waar getalenteerde en ambitieuze vrouwen moeten op inbreken,” gaat Meyrem verder. “En wanneer ze binnen zijn kunnen ze veelal enkel meedraaien door zich aan te passen aan de werking en de heersende normen en waarden. Ook al zien ze de dingen anders en willen ze zich flexibeler organiseren omdat ze bijvoorbeeld een gezin hebben.” Dat is volgens Meyrem een verkeerd mechanisme. “Ten eerste moeten we de box open trekken zodat niemand nog hoeft in te breken,” zegt ze.

“En ten tweede moeten we veel meer vrouwen in de politiek en topfuncties krijgen om ook daar tot een mentaliteitswijziging te komen. Het aantal telt, want voor enkelingen is de druk om zich te gedragen naar de heersende norm groot, heel groot. En dan verandert er dus niks. We zijn de fase van het ideologisch debat voorbij. Er is bewijs dat genderdiversiteit tot betere prestaties leidt. Dus waar wachten we dan nog op? Sensibiliseren en bewustmaken heeft niet geholpen, dus moeten we actief quota gaan hanteren. Dan groeit er een groep vrouwen die groot genoeg is om het old boys network uit zijn eigen comfortzone te halen en hen te doen nadenken over het belang van etnisch-culturele en genderdiversiteit. En dat zou goed zijn. Mannen worden op dat vlak te weinig uitgedaagd.”

Efficiënt tackelen

Wanneer ze spreekt over vrouwen die politieke mannenbastions moeten binnen dringen, heeft ze het ook over zichzelf. Ondanks haar jonge leeftijd heeft Meyrem een indrukwekkende staat van politieke dienst. Van geëngageerd lid van het jeugdhuis tot voorzitter van Groen. Als vrouw met migratie-achtergrond was dat niet evident. “Mijn politieke carrière is een gevolg van engagement dat uit de hand gelopen is,| zegt ze. “Ik nam als jongere mee het woordvoerderschap op voor de jongeren van ons jeugdhuis in mijn thuisgemeente Sint-Gillis-Waas. Vanuit dat engagement rolde ik in de jeugdraad. Ik startte samen met een groep gelijkgezinden ook een lokale afdeling van agalev op en van het een kwam het ander:, ik werd gemeenteraadslid en partijmilitant. Van daaruit rolde de bal verder naar het nationale niveau. Ik ben zonder enige bagage, netwerk of kennis van protocol in het politieke circuit terecht gekomen. Gelukkig kwam ik in een groene partij terecht waarvan het DNA open staat voor vrouwelijke nieuwkomers met visie en ambitie. En zelfs in die context was het niet evident.”

“Wanneer ik kritiek krijg, is dat nooit enkel omdat ik vrouw ben, of enkel omdat ik een migratie-achtergrond heb. Nee, ik ben een vrouw met migratie-achtergrond. Dubbel problematisch voor velen. Wees maar gerust dat ik tot vandaag veel eelt kweek om vooruit te geraken en dat wens ik andere vrouwen niet toe.” Voor Meyrem mag de carrière van een vrouw niet langer afhangen van haar assertiviteit of haar ‘guts’. Ze beschouwt het dan ook als haar werk om de baan verder te ruimen voor getalenteerde vrouwen die in haar voetsporen treden. “Dat is een essentiële rol voor vrouwelijke politici en partijvoorzitters: de bakens verzetten voor de volgende generatie en een krachtige beweging op gang brengen. Laat ons samen de obstakels voor vrouwen en bij uitbreiding allochtonen identificeren en slopen.”

Mannelijk rolmodel

Strijdlustig, altijd. Ze beseft dat. In die zin ook een rolmodel. Dat betwijfelt ze. “Ik durf gewoon mijn mond open doen en voor mijn zaak opkomen. Dat heb ik aan mijn vader te danken. Hij is opgevoed in de harde bergomgeving van Turkije, door mijn grootmoeder, naar wie ik ben vernoemd. De belangrijkste factor in mijn opvoeding op vlak van emancipatie was dus eigenlijk een man,” lacht Meyrem. “Namelijk mijn vader die zeer veel aandacht had voor rechtvaardigheid en voor de persoonlijke ontwikkeling van zijn kinderen. Hij nam ons serieus, zowel de jongens als de meisjes, en hij geloofde echt in ons. Dat is goud waard om later ook in jezelf te geloven en de dingen in vraag te durven stellen.”

“Ik omring mezelf dan ook graag met mensen die met een open blik naar de wereld kijken. We zijn vaak blind. Maar kijk eens goed. Het zijn toch nog altijd te vaak de vrouwen die het gezin managen. Mannen helpen mee, maar vrouwen organiseren zeer veel. Naast hun werk denken ze aan dingen als: ‘moet er een babysit zijn, hebben we nog toiletpapier, welke kleren doen de kinderen morgen aan om naar school te gaan, heeft de kat eten…’ Een van mijn vriendinnen stelde het heel cru; als je niet aan een man zegt ‘breng jij eens een brood mee van de bakker’, dan gebeurt het niet.”

“Uiteraard mag je niet veralgemenen, maar onlangs nog bleek uit onderzoek dat de rollenpatronen in ons land nog steeds sterk aanwezig zijn. Het managen van de huishoudelijke taken en het gezin is zeer intens en vraagt heel veel bandbreedte van vrouwen, zeker op het moment dat er kinderen zijn. Ik ben in de politiek nog nooit een vrouwelijke collega tegen gekomen wiens echtgenoot het gezin runde. Vaak zie ik dat de partners van vrouwelijke succesvolle collega’s zelf ook een heel succesvolle job hebben. En dan komt het management van het huishouden dubbel en dik bij de vrouw terecht. Een werksfeer zoals in het parlement, houdt daar geen rekening mee. Er wordt van uit gegaan dat iedereen altijd mentaal en fysiek beschikbaar is. Vrouwen lopen daar in vast, want in een dergelijke omgeving is het zeer moeilijk om een balans te vinden.”

“Zeker vandaag, nu politieke jobs veel volatieler zijn geworden. De sociale media en de snelheid van het nieuws maken dat je zeer snel moet kunnen reageren. En ik merk dat er een groeiend onevenwicht ontstaat tussen de stijgende snelheid waarmee je professioneel moet anticiperen en de stilstand in de verdeling van huishoudelijke taken. Gevolg: vrouwen happen naar adem en haken af. Bij Groen proberen we daar een mouw aan te passen door bij belangrijke partijmomenten of een politieke raad kinderopvang te voorzien en door onze vergadercultuur waar mogelijk aan te passen. Niet te vergaderen op de ‘ huiselijke spitsuren’ van de dag, als de kinderen wakker worden of van school thuiskomen.”

“In Scandinavische landen gaat de premier zijn kinderen van school halen. Bij ons vergaderen ministers soms nachtenlang door. Ik vind dat totaal absurd. Slaaptekort doet iets met een mens en te lang gescheiden zijn van je gezin ook. Beide zijn niet bevorderlijk. Het is een soort haantjesgedrag gedreven door overdreven testosteron dat vrouwen, en gelukkig ook meer en meer jonge mannen, onder druk zet. Meestal volgen er nog zwakke beslissingen uit ook. Wat is er mis met degelijk vergaderen, het gezin zien, op tijd gaan slapen en dan weer verder doen? Het systeem zit fundamenteel scheef. Geef mannen om te beginnen ook eens wat meer ouderschapsverlof, zodat het bewustzijn en de rollenpatronen van in het begin goed zitten. Het zou een fantastisch signaal zijn geweest mocht premier Michel zijn tien dagen vaderschapsverlof hebben genomen wanneer hij vader werd. Dat hij had durven zeggen dat het belangrijk is om dat te doen en dat tien dagen eigenlijk heel weinig is.”

En dan legt Meyrem nog een delicaat onderwerp op tafel: relaties. “Een carrière versus je partner, dat is ook niet makkelijk,” zegt ze. ‘Als mijn man zegt: “ik heb morgen die meeting en jij hebt die bijeenkomst, zorg jij voor een babysit?’ dan reageer ik: ‘jij mag dat ook doen.’ Dan krijg je wel even wrijvingen, maar het is toch uitgesproken. Ik praat makkelijk over dergelijke dingen omdat het een reflex is in mij om ze bespreekbaar te maken. Mijn echtgenoot vindt dat heus niet makkelijk, en hey, ik zelf ook niet, maar ik vind het wel belangrijk om die onbewuste evidenties af en toe eens zichtbaar te maken en in vraag te stellen. Verschillende van mijn vriendinnen willen die strijd niet aangaan, en dan raakt hun bord natuurlijk snel vol en komt de relatie toch in de problemen. Tegen je partner zeggen waar het op staat is uitdagender, maar ook rechtvaardiger. Moeilijker, maar beter voor de lange termijn ook, misschien (lacht).”

Sisterhood is goud waard

“Ik ben er mij van bewust dat ik niet constant kan zeggen wat er volgens mij scheef loopt in de genderkwestie,” nuanceert Meyrem nog. “Maar af en toe moet je eens een punt maken. Dat vergt inspanningen en dat vergt ook zusterschap. Het gevoel van saamhorigheid kan veel betekenen. Tijdens mijn jeugd moesten meisjes uit Turkse gastarbeidersgezinnen snit en naad volgen. Dat zag ik niet zitten en toen ben ik achter ieders rug, ook die van mijn ouders, naar het ASO getrokken. Op dat moment is mijn leven veranderd. Mijn zus heeft me gesteund, en is met me meegegaan om me in te helpen schrijven. Aan de directrice maakten we wijs dat mijn ouders in Turkije zaten.”

“Daar zaten we dan, twee bluffende meisjes met enkel mijn goed rapport als zekerheid. Ik was immers nog maar twaalf en mijn zus amper veertien… En toen ik me jaren later, met diploma’s en universitaire werkervaring op zak, als jonge militante kandidaat stelde voor een parlementair mandaat, kreeg ik de steun van vrouwen als Vera Dua, Mieke Vogels en Magda Aelvoet die jong vrouwelijk talent aanmoedigden en heel wat hebben gerealiseerd op vlak van vrouwenrechten en diversiteit. Die sisterhood is goud waard. Gelukkig kunnen we vandaag ook op heel wat mannen rekenen. Jonge politici springen mee op de kar, want ze willen hun kinderen mee opvoeden en een gezond evenwicht vinden met hun partner. Maar ook zij botsen op obstakels. Zij zijn de bondgenoten die we in het genderverhaal moeten betrekken. Samen moeten we drempels zichtbaar maken, benoemen en oplossen. En wie de mondigheid heeft, moet praten. Het is zo belangrijk dat iedereen zichzelf kan zijn.”

-TM

Dit artikel kwam tot stand dankzij steun van Charlie Magazine en Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek